Wilders vindt dat de grens voor het uitvoeren van een abortus tijdens het eerste trimester van de zwangerschap – de zogenaamde zuigcurretage – terug moet worden gebracht van 13 weken naar 8 weken. Veel te duur al die abortussen en de laagdrempelige mogelijkheid maakt mensen maar nodeloos laks, zo redeneert de PVV.
Maar de 10,8 miljoen waarmee de overheid abortusklinieken financiert is allerminst frivole verspilling aan een luxegoed voor een selecte groep. Het zijn niet alleen de beide toekomstige ouders en hun ongeboren kind die door een abortus behoed worden voor onheil, ook de maatschappij als geheel heeft er baat bij als de drempel voor een abortus zo laag mogelijk wordt gehouden, bijvoorbeeld omdat het de criminaliteitscijfers positief beïnvloedt. Daarom is het voorgestelde verlagen van de 13-weken grens gevaarlijke nonsens. Momenteel vindt slechts 6,6% van de abortussen plaats na die grens. Het is tot 13 weken klinisch mogelijk een relatief snelle, pijnloze en veel minder belastende ingreep uit te voeren. De grens wel omhoog brengen zou dus een zeer grote groep vrouwen nodeloos dwingen tot een veel vervelender en ingrijpender behandeling. Een semantische kwestie (PVVs Fleur Agema: ‘we noemen het na 8 weken een foetus’) is hier volkomen irrelevant; in Nederland is abortus na de 13e week nog bijna tien weken met reden legaal.
En die goede reden is (in het kort) natuurlijk dat het toegankelijk en laagdrempelig houden van abortus een basaal recht dient om over het eigen lichaam en leven te beschikken. Dat recht moet de overheid faciliteren en beschermen. Wilders probeert slechts drempels op te werpen. Onjuist, Wilders weerlegd.
Volgens mij is deze theorie nog steeds niet bewezen. Want Levitt vergeet dat in Europa de criminaliteitscijfers ook omlaag gingen die tijd, terwijl daar abortus al eerder was toegestaan. Betere politiemethoden en een verhoogde bedachtzaamheid van burgers (in de vorm van dubbele sloten op je voordeur etc.) worden nu ook wel gezien als verklaringen.