Wilders vindt dat we niet meer dan een minimale EU nodig hebben. Hij wil alle supranationale instanties van de EU afschaffen of heel sterk beperken en beslissingsmacht teruggeven aan nationale parlementen. Wilders lijkt meer invloed voor de burger te wensen in Europa en is van mening is dat zoveel mogelijk zaken op nationaal niveau moeten worden besloten, om de soevereiniteit van de lidstaten te bewaken. Deze ideeën rusten echter beide op een foutieve aanname, namelijk dat we op veel terreinen zonder centraal EU beleid zouden kunnen.
Iedereen weet inmiddels wel dat de Europese Unie heel veel invloed heeft op ons dagelijks leven. Het is niet langer slechts een economische unie, iets dat Wilders graag zou veranderen. Maar wat zou dat precies doen met de EU? Het zou betekenen dat wij allerlei vormen van (economische) integratie zouden moeten terugdraaien, terwijl die ons grote voordelen hebben gebracht.Zo is het een groot voordeel dat studenten overal in Europa hun studie kunnen volgen, omdat het hun kansen op de arbeidsmarkt vergroot als ze een tijd in het buitenland hebben doorgebracht. Dit wordt vele malen makkelijker door een Europees toezicht op onderwijseisen.
Veel EU-eisen aan bedrijven leiden ertoe dat de concurrentie tussen bedrijven uit verschillende landen eerlijker wordt: Poolse bedrijven moeten zich aan ongeveer dezelfde veiligheids- en milieueisen houden als Nederlandse. Dat zouden ze anders nooit doen en dan zouden Nederlandse bedrijven (nog sterker) de concurrentieslag verliezen.
De euro – die voor bedrijven de onzekerheid van verliesgevende valutafluctuaties heeft weggehaald en toeristen veel meer zekerheid geeft over hoeveel ze uitgeven op vakantie – kan niet bestaan zonder dat landen zich aan dezelfde eisen houden met betrekking tot monetair beleid en overheidsuitgaven.
Economische integratie leidt bovendien bijna automatisch tot andere vormen van integratie, omdat er problemen ontstaan die landen niet alleen of in constante onderhandeling met elkaar kunnen oplossen. Economische groei leidt bijvoorbeeld tot milieuproblemen. De Nederlandse rivieren zijn dankzij de EU een stuk schoner geworden, omdat Nederland nu Frankrijk en Duitsland kan dwingen zich aan milieustandaarden te houden. Dat is iets wat ze anders nooit zouden hebben gedaan, omdat zij geen last hebben van de vervuiling.
Economische samenwerking leidt tot vraag naar werknemers uit andere landen, die een ongeveer gelijke opleiding hebben, iets wat middels integratie van onderwijs kan worden bereikt.
Dankzij de EU staan burgers bovendien sterk tegenover grote multinationale bedrijven, terwijl nationale overheden dat absoluut niet zouden kunnen bereiken. Zie daarvoor bijvoorbeeld de Europese anti-monopolie acties tegen Microsoft, of de nadruk op goedkopere beltarieven voor mobiele telefonie.
En sommige problemen, zoals drugshandel en internationale criminaliteit, bestaan nu eenmaal en zijn grensoverschrijdend. Het is dan veel beter hierover bindende afspraken te maken, dan bij ieder incident te moeten gaan onderhandelen met een land.
We kunnen niet terug naar de uitsluitend economische Europese Gemeenschap van Kolen en Staal, tenzij we alle voordelen van Europese integratie – vrij reizen, een sterkere Europese economie en een efficiëntere aanpak van grensoverschrijdende problemen – kwijt willen. Dat is niet wenselijk, dus is Wilders weerlegd.
Gelul, vooruitgang, zoals vrij reizen, kan ook met losse verdragen zonder Europese superstaat. Wilders heeft dus gelijk.